Citaat | Hoge Raad 15 januari 2013

Alinea 48 Hoge Raad 15 januari 2013

Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5678.

3.3. Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel "voorbedachte raad" moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5571f13588fdb9e91609ab0b5802aa6c857ce35cc577ab075e5b8c84f8ebc8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5571f13588fdb9e91609ab0b5802aa6c857ce35cc577ab075e5b8c84f8ebc8f, en de alinea staat in dat document op bytes 15885 tot 16316.