Citaat | Hoge Raad 5 maart 2013
Alinea 24 Hoge Raad 5 maart 2013
Een alinea uit Hoge Raad 5 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2191.
De vraag of de politie op basis van deze informatie redelijkerwijs heeft kunnen vermoeden, als bedoeld in artikel 49 van de Wet wapens en munitie, dat op 19 maart 2008 in de woning van de verdachte wapens of munitie aanwezig waren, beantwoordt het hof, anders dan de raadsman, bevestigend. De informatie, kennelijk afkomstig van een bij de politie bekende informant, was voldoende concreet en specifiek, om dat vermoeden te kunnen schragen. Het feit dat de verificatie zich heeft beperkt tot het raadplegen van de politieadministratie en de GBA, doet daaraan niet af. Dit te minder nu niet goed valt in te zien op welke wijze nadere verificatie ter bevestiging of ontkrachting van het vermoeden, buiten medeweten van de verdachte, zou hebben kunnen plaatsvinden. Daarbij neemt het hof tevens in aanmerking dat het gegeven de aard van de verdenking in de rede lag dat de politie met de nodige voortvarendheid te werk zou gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dc36632045b875514986a1eb04f0ceb1e05f5cfa22185ada0f565fc6abd0bc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dc36632045b875514986a1eb04f0ceb1e05f5cfa22185ada0f565fc6abd0bc8, en de alinea staat in dat document op bytes 9640 tot 10578.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7dc36632045b875514986a1eb04f0ceb1e05f5cfa22185ada0f565fc6abd0bc8 | shasum -a 256