Citaat | Hoge Raad 19 maart 2013

Alinea 22 Hoge Raad 19 maart 2013

Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4477.

Ik was op bezoek bij [verdachte]. Op een gegeven moment waren we aan het stoeien op de bank. Hij sloeg opeens een arm om mij heen. Hij zoende mij op mijn voorhoofd. Ik keek hem aan en hij zoende mij recht op mijn mond en begon mij te tongzoenen. Ik tongzoende gewoon terug. In het begin was ik niet verliefd op [verdachte], later denk ik wel. Volgens mij lag ik die keer gelijk naakt op de bank. [Verdachte] had de kleren nog aan. Hij vingerde mij. Na het zoenen nam hij het initiatief dat ik kledingstukken uitdeed. Ik werd door hem in de verleiding gebracht om kledingstukken uit te doen. Hij begon mij te vingeren. Hij bevredigde mij met zijn vinger in mijn vagina. Hij zoende mij gelijktijdig en raakte mijn borsten ook aan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4b037088d55dfec8ea11991c7f1726f1b55ec6f271efd00f524855f2930f75f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4b037088d55dfec8ea11991c7f1726f1b55ec6f271efd00f524855f2930f75f, en de alinea staat in dat document op bytes 8691 tot 9432.