Citaat | Hoge Raad 19 maart 2013

Alinea 31 Hoge Raad 19 maart 2013

Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4477.

Ik heb dit eerst telefonisch tegen [verdachte] gezegd. Hij zei dat we er wel iets op zouden vinden. Nadat ik weer een gesprek had gehad met mijn mentrix had ik weer telefonisch contact met [verdachte]. Hij vertelde mij toen dat ik tegen mijn moeder moest zeggen dat het om een andere [verdachte] zou gaan en dat hij van mij had gehoord dat ik seks had gehad met die andere [verdachte]. Dat ik dat dus aan hem had verteld dat het om een andere [verdachte] ging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4b037088d55dfec8ea11991c7f1726f1b55ec6f271efd00f524855f2930f75f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4b037088d55dfec8ea11991c7f1726f1b55ec6f271efd00f524855f2930f75f, en de alinea staat in dat document op bytes 12828 tot 13301.