Citaat | Hoge Raad 19 maart 2013
Alinea 39 Hoge Raad 19 maart 2013
Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4477.
Op 17 oktober 2006 werd ik gebeld door [verdachte] op mijn mobiel tijdens mijn werk. [Verdachte] vertelde mij dat het belangrijk was en dat hij ergens van beschuldigd zou worden. [Verdachte] zei dat hij wist dat ik een gesprek had met de mentor van [het slachtoffer]. Hij zei dat het niet waar was omdat het een andere [verdachte] zou zijn. [Verdachte] vertelde dat er iets was voorgevallen met iemand maar dat hij het niet was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4b037088d55dfec8ea11991c7f1726f1b55ec6f271efd00f524855f2930f75f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4b037088d55dfec8ea11991c7f1726f1b55ec6f271efd00f524855f2930f75f, en de alinea staat in dat document op bytes 14933 tot 15374.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4b037088d55dfec8ea11991c7f1726f1b55ec6f271efd00f524855f2930f75f | shasum -a 256