Citaat | Hoge Raad 19 maart 2013
Alinea 100 Hoge Raad 19 maart 2013
Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4480.
Over briefje A kan ik zeggen dat dit briefje door [verdachte] is geschreven in mijn bijzijn. Het nummer is het nummer van [betrokkene 3]. Ik kreeg dat nummer van [verdachte] zodat wij van tevoren [betrokkene 3] konden bellen om te kijken of zij daar ook was. Het was niet de bedoeling dat [betrokkene 3] bij de liquidatie zou zijn. Dan zou er namelijk een getuige zijn. Het was het idee van [verdachte] om [betrokkene 3] te bellen. Volgens mij vertelde [verdachte] mij dat [betrokkene 3] soms ook bij de zus of nicht van [verdachte] logeerde. Het zou dus kunnen dat [betrokkene 3] bij de zus of nicht van [verdachte] was. Dat zou dus een goed moment zijn voor de liquidatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/044bf6fe2f3875a1aaa75b85acfad26357b10fc28fae4038c555500ee1baba6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 044bf6fe2f3875a1aaa75b85acfad26357b10fc28fae4038c555500ee1baba6f, en de alinea staat in dat document op bytes 23870 tot 24557.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/044bf6fe2f3875a1aaa75b85acfad26357b10fc28fae4038c555500ee1baba6f | shasum -a 256