Citaat | Hoge Raad 19 maart 2013

Alinea 129 Hoge Raad 19 maart 2013

Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4480.

3.4. Het Hof heeft in de hiervoor onder 2.3 weergegeven overwegingen geoordeeld dat de verklaring van [betrokkene 1] bruikbaar is voor het bewijs nu de verklaring van de getuige in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen. In het licht van hetgeen uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt, in het bijzonder met betrekking tot de bedreigende telefoongesprekken die de verdachte tenminste dagelijks voerde met getuigen [betrokkene 3] en [betrokkene 2] en hetgeen door de getuigen [betrokkene 8] en [betrokkene 7] is verklaard met betrekking tot de inbeslaggenomen goederen en met betrekking tot de omstandigheid dat de getuige [betrokkene 1] de broer van de verdachte op de bezoekerslijst heeft gezet, geeft dat oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. Aldus heeft het Hof dan ook geen inbreuk gemaakt op het recht van de verdachte op een eerlijk proces en diens ondervragingsrecht in de zin van art. 6, eerste lid en derde lid aanhef en onder d, EVRM. Het middel is in zoverre tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/044bf6fe2f3875a1aaa75b85acfad26357b10fc28fae4038c555500ee1baba6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 044bf6fe2f3875a1aaa75b85acfad26357b10fc28fae4038c555500ee1baba6f, en de alinea staat in dat document op bytes 35172 tot 36235.