Citaat | Hoge Raad 19 maart 2013
Alinea 32 Hoge Raad 19 maart 2013
Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4480.
Begin december heb ik in een telefoongesprek met [verdachte] gezegd dat ik onze relatie wilde beëindigen. Ik vertelde [verdachte] dat ik met [betrokkene 2] een relatie was aangegaan. Nadat ik dat tegen [verdachte] had gezegd werd hij heel boos. [Verdachte] zei in dat telefoongesprek: "Als [betrokkene 2] me dat flikt maak ik hem dood". [Verdachte] wilde dat ik mijn relatie met [betrokkene 2] zou beëindigen. Vanaf dat moment werd ik meerdere keren per dag door [verdachte] gebeld. Vanaf dat moment werden de telefoongesprekken steeds bedreigender.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/044bf6fe2f3875a1aaa75b85acfad26357b10fc28fae4038c555500ee1baba6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 044bf6fe2f3875a1aaa75b85acfad26357b10fc28fae4038c555500ee1baba6f, en de alinea staat in dat document op bytes 9856 tot 10420.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/044bf6fe2f3875a1aaa75b85acfad26357b10fc28fae4038c555500ee1baba6f | shasum -a 256