Citaat | Hoge Raad 19 maart 2013

Alinea 86 Hoge Raad 19 maart 2013

Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4480.

Ongeveer 2 à 3 weken voordat ik het verhaal aan [betrokkene 7] (het hof begrijpt de senior penitentiair inrichting medewerker) vertelde, kreeg ik van [verdachte] een briefje met een plattegrond van de woning van [betrokkene 2]. Ik heb dat briefje dus 2 à 3 weken in het bezit gehad. Op een gegeven moment besprak ik met [verdachte] waar [betrokkene 2] geschoten moest worden. Volgens [verdachte] was de beste plaats bij [betrokkene 2] thuis. Ik vroeg toen aan [verdachte] hoe het huis eruit zag. [verdachte] zei toen dat hij het voor mij zou tekenen. Ik zei dat hij het en beetje groot moest tekenen. [Verdachte] vertelde erbij waar het voorhuis en het achterhuis was. Ook gaf hij uitleg over de rest van de tekening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/044bf6fe2f3875a1aaa75b85acfad26357b10fc28fae4038c555500ee1baba6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 044bf6fe2f3875a1aaa75b85acfad26357b10fc28fae4038c555500ee1baba6f, en de alinea staat in dat document op bytes 22474 tot 23206.