Citaat | Hoge Raad 19 maart 2013
Alinea 41 Hoge Raad 19 maart 2013
Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4496.
6.5. Dat bewijs omvat een verklaring van de taxichauffeur dat hij drie personen in zijn taxi had meegenomen en verklaringen van de twee medeverdachten dat zij tezamen met de aanvrager het voornemen hadden een taxichauffeur te beroven en dat de aanvrager, die achter de taxichauffeur had plaatsgenomen, de persoon is geweest die een kabelslot om de keel van de taxichauffeur heeft gebonden en dat ze gedrieën met de taxi naar België zijn gereden. Daaruit kan met voldoende mate van aannemelijkheid worden afgeleid dat, ook zonder het resultaat van de geuridentificatieproef in aanmerking te nemen, de aanvrager een van de personen is geweest die het tenlastegelegde heeft gepleegd. Hetgeen in de aanvullende aanvraag omtrent de waardering van het bewijs is aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Die aanvraag houdt voor het overige niet in een door bescheiden gestaafd gegeven als hiervoor bedoeld onder 5.2.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c73bb5cf594e9bfb1364c73a8d02f38e8e42c67fcfbb73dbdbc0aebc127a8563. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c73bb5cf594e9bfb1364c73a8d02f38e8e42c67fcfbb73dbdbc0aebc127a8563, en de alinea staat in dat document op bytes 13122 tot 14051.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c73bb5cf594e9bfb1364c73a8d02f38e8e42c67fcfbb73dbdbc0aebc127a8563 | shasum -a 256