Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2013

Onder 4.1 Hoge Raad 11 oktober 2013

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0721.

(vi) [verzoekster] is in 2008 een bodemprocedure tegen NLS en [de advocaat] begonnen. Zij vordert daarin kort gezegd dat voor recht wordt verklaard dat de hiervoor onder (ii) genoemde cessie nietig is en het in escrow gegeven bedrag geheel aan haar toekomt, met veroordeling van NLS en [de advocaat] tot vergoeding van de schade die zij als gevolg van hun optreden jegens haar in 2002 heeft geleden. De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen bij vonnis van 18 augustus 2010. [verzoekster] is in hoger beroep gegaan. Het gerechtshof te Amsterdam heeft haar bij arrest van 13 december 2011 in het ongelijk gesteld. [verzoekster] is in beide instanties veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van NLS en [de advocaat]. Beide veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. [verzoekster] heeft op 5 maart 2012 beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van 13 december 2011. Die zaak is bij de Hoge Raad aanhangig onder zaaknummer 12/01768.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28dc6906748ec900de1e07901ffdb7514bb29da55bf24c905f6e797cf7789861. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28dc6906748ec900de1e07901ffdb7514bb29da55bf24c905f6e797cf7789861, en de alinea staat in dat document op bytes 15998 tot 16965.