Citaat | Hoge Raad 25 april 2014

Onder 3.5.2 Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1001.

In het vorenstaande ligt besloten dat de rechter die een onderhoudsverplichting verlaagt met ingang van een vóór zijn uitspraak gelegen datum, steeds aan de hand van hetgeen ten processe is gebleken, zal moeten beoordelen in hoeverre een daaruit voortvloeiende terugbetalingsverplichting in redelijkheid kan worden aanvaard (vgl. HR 26 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2288, NJ 2009/304, en HR 4 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR5310, NJ 2011/514). Hij is derhalve bij die beoordeling niet afhankelijk van een door de onderhoudsgerechtigde gevoerd, op die terugbetaling betrekking hebbend verweer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4bb1300f04b2d6eee63793a389903e45165c2cb37d25923e896d7527506b609. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4bb1300f04b2d6eee63793a389903e45165c2cb37d25923e896d7527506b609, en de alinea staat in dat document op bytes 12265 tot 12873.