Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 2.4 Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1020.
Op 6 december (het hof begrijpt: 6 december 2010) werd ik gebeld door een gozer die ik [medeverdachte 2] (het hof begrijpt - gelet op dit bewijsmiddel en bewijsmiddel 9 - telkens: [medeverdachte 2]) noem. Hij vroeg mij of ik kleding wilde kopen. Ik werd toen opgehaald door jongens; [medeverdachte 2] en twee anderen (het hof begrijpt - gelet op bewijsmiddel 9 en 10 - [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1]). [medeverdachte 2] belde met de vraag of ik kleding wilde voor mijn kinderen en mijzelf. [medeverdachte 2] en ik werkten samen bij [A]. Ik zei dat ik wel wilde kijken. Hij zei dat hij al in Almere buiten was. Ik legde hem uit hoe hij moest rijden. Tien minuten tot een kwartier later belde [medeverdachte 2] mij weer dat ze in de straat reden. Ik ben toen naar beneden gelopen. Ik zag daar een BMW staan. Ik zag dat ze met zijn drieën buiten de auto stonden. Ik ben ingestapt in de BMW. Er werd gebeld met degene waar we kleding gingen kopen. Er werd gebeld met die jongen om te zeggen dat we eraan kwamen. Hierna zijn we naar de jongen gereden. We kwamen de straat inrijden. De auto werd geparkeerd. We stapten uit en liepen met zijn vieren naar de woning. De deur werd opengedaan en de drie jongens liepen naar binnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec00a5a82f199c9e34263368a6dfc091c3896378d02a2855cd5ff7bd802d83b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec00a5a82f199c9e34263368a6dfc091c3896378d02a2855cd5ff7bd802d83b8, en de alinea staat in dat document op bytes 22542 tot 23786.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec00a5a82f199c9e34263368a6dfc091c3896378d02a2855cd5ff7bd802d83b8 | shasum -a 256