Citaat | Hoge Raad 22 april 2014

Onder 2.2.2. Hoge Raad 22 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1020.

Wat betreft het ondervragingsrecht van de verdediging overweegt het hof als volgt. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben bij de politie (deels) bekennende verklaringen afgelegd welke verklaringen redengevend zijn voor de bewezenverklaring in onderhavige zaak. In de fase van het hoger beroep zijn beiden opgeroepen als getuige voor verhoor bij de rechter-commissaris. Hier hebben zij zich ten aanzien van vragen betreffende het aandeel van de medeverdachten beroepen op hun verschoningsrecht, dan wel hier geen antwoord op willen geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec00a5a82f199c9e34263368a6dfc091c3896378d02a2855cd5ff7bd802d83b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec00a5a82f199c9e34263368a6dfc091c3896378d02a2855cd5ff7bd802d83b8, en de alinea staat in dat document op bytes 33795 tot 34353.