Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 4.2. Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1020.
Zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 29 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5539, NJ 2013/145 heeft geoordeeld moet in het licht van EHRM 10 juli 2012, LJN BX3071, NJ 2012/649 (Vidgen tegen Nederland) worden geoordeeld dat in een geval waarin de op verzoek van de verdediging opgeroepen en ter terechtzitting verschenen getuige heeft geweigerd antwoord te geven op de hem gestelde vragen, de verdachte niet het bij art. 6, derde lid aanhef en onder d, EVRM voorziene recht heeft kunnen uitoefenen die getuige te (doen) horen omtrent diens niet ter terechtzitting afgelegde, de verdachte belastende verklaring. Dat betekent dat in zo'n situatie niet sprake is van het in HR 1 februari 1994, LJN AB7528, NJ 1994/427 onder 6.3.3 sub (ii) vermelde geval dat "de verdediging in enig stadium van het geding, hetzij op de terechtzitting hetzij daarvoor, de gelegenheid heeft gehad om een dergelijke verklaring op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten door de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te (doen) ondervragen". Het andersluidende oordeel van het Hof – welk oordeel dateert vanvóór het hierboven vermelde arrest van het EHRM - is dus onjuist. Het middel is terecht voorgesteld, maar leidt op de volgende, aan de bijzondere omstandigheden van het geval ontleende gronden niet tot cassatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec00a5a82f199c9e34263368a6dfc091c3896378d02a2855cd5ff7bd802d83b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec00a5a82f199c9e34263368a6dfc091c3896378d02a2855cd5ff7bd802d83b8, en de alinea staat in dat document op bytes 36964 tot 38295.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec00a5a82f199c9e34263368a6dfc091c3896378d02a2855cd5ff7bd802d83b8 | shasum -a 256