Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 2.2. Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1021.
Op zaterdag 3 december te 03.20 uur kwam ik, verbalisant [verbalisant 7] ter plaatse, [a-straat 1] te Amersfoort. Bij het verlaten van mijn dienstvoertuig, welke ik, verbalisant [verbalisant 7], buiten de afzetting plaatste, zag ik, verbalisant [verbalisant 7], op de grond, een object liggen. Ik, verbalisant [verbalisant 7], zag dat het een metalen of loden balletje was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62dea2db4de2cc3252d5c1e7cd04527aa233fffc2a9a79c076d8489dc2f379d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62dea2db4de2cc3252d5c1e7cd04527aa233fffc2a9a79c076d8489dc2f379d8, en de alinea staat in dat document op bytes 11008 tot 11394.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/62dea2db4de2cc3252d5c1e7cd04527aa233fffc2a9a79c076d8489dc2f379d8 | shasum -a 256