Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1021.
Aangekomen in het halletje voelt aangever op een gegeven moment aan de luchtstroom dat de deur open staat en dat de man buiten staat. Aangever weet de deur achter de man dicht te doen. Omdat hij zijn huissleutels terug wil van de man, praat aangever met de man via de brievenbus. Op een gegeven moment ziet hij iets van een lontje en iets van een gloed bij de deurklink. Aangever verklaart dat als hij het gezicht van de man door het matglas van de deur ziet, hij ook iets ziet branden. Hierop vindt een explosie plaats.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62dea2db4de2cc3252d5c1e7cd04527aa233fffc2a9a79c076d8489dc2f379d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62dea2db4de2cc3252d5c1e7cd04527aa233fffc2a9a79c076d8489dc2f379d8, en de alinea staat in dat document op bytes 16653 tot 17186.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/62dea2db4de2cc3252d5c1e7cd04527aa233fffc2a9a79c076d8489dc2f379d8 | shasum -a 256