Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1021.
Uit het explosievenonderzoek van het NFI volgt dat uit de waargenomen schade is af te leiden dat er zich ongeveer 10 centimeter boven de voordeurgreep een explosie van een deflagrerende lading heeft voorgedaan. Gezien de schade aan en bij de voordeur ten opzichte van de stukken karton en kunststof heeft dit materiaal zich dicht tegen de explosieve lading aan bevonden. Het NFI concludeert dat het gebruikte mengsel in de regel makkelijk tot ontsteking is te brengen. Op grond van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat het waarschijnlijk gaat om een oorspronkelijk fabrieksmatig gemaakte constructie, welke vervolgens is gemodificeerd. Door de effecten, die bij een ontploffing van de constructie optreden, ontstaat gevaar voor brandwonden, gehoorschade en doorboring van de huid. De ernst van dit letsel is onder meer afhankelijk van waar iemand door hitte en/of een scherf wordt geraakt, de energie die een scherf op dat moment heeft en de locatie van die persoon ten opzichte van de ontploffing. Bij vrijwel direct contact met de explosieve constructie kan het letsel fataal zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62dea2db4de2cc3252d5c1e7cd04527aa233fffc2a9a79c076d8489dc2f379d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62dea2db4de2cc3252d5c1e7cd04527aa233fffc2a9a79c076d8489dc2f379d8, en de alinea staat in dat document op bytes 18581 tot 19688.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/62dea2db4de2cc3252d5c1e7cd04527aa233fffc2a9a79c076d8489dc2f379d8 | shasum -a 256