Citaat | Hoge Raad 20 mei 2014

Onder 3.2.3. Hoge Raad 20 mei 2014

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1167.

De stelling van de verdachte dat hij een overeenkomst gesloten had met zijn vader, waarbij de verdachte toestemming had gekregen een geldbedrag van € 100,- per dag op te nemen als beloning voor de zorg van zijn moeder, wordt weerlegd door de verklaring van de vader van de verdachte die het bestaan van een dergelijke overeenkomst ontkent. Het hof overweegt voorts dat niet goed te begrijpen is dat een dergelijke overeenkomst - als hij tot stand is gekomen - niet op schrift is gesteld, gelet op het bestaan van een zuster van de verdachte; deze twijfel klemt temeer nu de verdachte uit hoofde van zijn opleiding en beroep als administrateur vertrouwd was met schriftelijke vastlegging van financiële gegevens. Ook het gegeven dat de verdachte de bedragen niet per bankoverschrijving op zijn rekening heeft overgemaakt, maar deze contant heeft opgenomen en in contanten op zijn kamer heeft bewaard doet het hof twijfelen aan het bestaan van de gestelde overeenkomst. Dit een en ander brengt het hof tot de conclusie dat de stelling van de verdachte niet aannemelijk is geworden. Het verweer wordt verworpen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3df6b650b62c14bdccf8bdb6e824ffa05a8d0482d55fa8c4eeb900fc22ef5b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3df6b650b62c14bdccf8bdb6e824ffa05a8d0482d55fa8c4eeb900fc22ef5b9, en de alinea staat in dat document op bytes 16249 tot 17374.