Citaat | Hoge Raad 20 mei 2014

Onder 2.2. Hoge Raad 20 mei 2014

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1174.

Uit laatstgenoemde verklaring blijkt dat de verdachte door [betrokkene] is benaderd en dat hij met betrekking tot het prostitutiewerk van [betrokkene] - waar zij zich reeds mee bezighield vóórdat zij de verdachte leerde kennen - op haar verzoek slechts faciliterende activiteiten heeft verricht. [betrokkene] heeft de aanwezigheid van de verdachte als beschermend ervaren. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van het hof niet worden gesproken van afwezigheid (in meer of mindere mate) van een reële keuze bij [betrokkene], zodat naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte [betrokkene] ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen, met of voor een derde tegen betaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c363d4e009ac069df6881be0e5a978849b978a23dfa9bee876cc377cc6a80118. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c363d4e009ac069df6881be0e5a978849b978a23dfa9bee876cc377cc6a80118, en de alinea staat in dat document op bytes 11484 tot 12276.