Citaat | Hoge Raad 23 mei 2014

Onder 3.2.2 Hoge Raad 23 mei 2014

Een alinea uit Hoge Raad 23 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1204.

De curator heeft uiteengezet dat voorafgaand aan en ten tijde van de gewraakte betalingen sprake was van een aanmerkelijk negatief vermogen van Bouwbedrijf, crediteuren (goeddeels) onbetaald bleven, meldingen aan de fiscus zijn gedaan ter zake van betalingsonmacht met betrekking tot omzet- en loonbelasting en door de fiscus beslagleggend is opgetreden. De raadsman van [eiser] heeft bij brief van 22 maart 2005 aan de curator bericht dat het bedrijf (Bouwbedrijf), naar het hof begrijpt ten tijde van de gewraakte betalingen, "al meer dan een half jaar" slecht ging. [eiser] heeft een en ander niet genoegzaam gemotiveerd bestreden. Al met al bestaat gevoeglijk grond om te oordelen dat [eiser] als (indirect) bestuurder wist of behoorde te weten dat een ernstig risico van insolventie van Bouwbedrijf bestond, en in zoverre kan [eiser] toegerekend worden dat hij de onderwerpelijke betalingen aan Beheer heeft bevorderd. (rov. 15)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef23e708b806b2ba008f9f4454e7d50784ac2070da57eec9551b054b50d1af07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef23e708b806b2ba008f9f4454e7d50784ac2070da57eec9551b054b50d1af07, en de alinea staat in dat document op bytes 11868 tot 12815.