Citaat | Hoge Raad 23 mei 2014

Onder 3.3.6 Hoge Raad 23 mei 2014

Een alinea uit Hoge Raad 23 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1204.

In het hiervoor in 3.2.2 weergegeven oordeel dat [eiser] aansprakelijk is uit onrechtmatige daad (rov. 18) heeft het hof de in rov. 14 en 15 vermelde feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, onder meer inhoudende dat (i) [eiser] heeft bevorderd dat door Bouwbedrijf vlak voor haar faillissement substantiële betalingen zijn gedaan aan Beheer, (ii) voorafgaand aan en ten tijde van de gewraakte betalingen sprake was van een aanmerkelijk negatief vermogen van Bouwbedrijf, (iii) crediteuren (goeddeels) onbetaald bleven, (iv) meldingen aan de fiscus waren gedaan ter zake van betalingsonmacht met betrekking tot omzet- en loonbelasting, en (v) door de fiscus beslagleggend was opgetreden. Daarnaast heeft het hof in zijn oordeel betrokken dat (vi) [eiser] de zeggenschap had over zowel Bouwbedrijf als Beheer en (vii) de bedrijfsvoering van Bouwbedrijf en Beheer in handen van [eiser] was (rov. 12), alsmede dat (viii) onder al deze omstandigheden de door [eiser] bewerkstelligde (interne) taak- en werkverdeling tussen Beheer en Bouwbedrijf niet afdoet aan de onrechtmatigheid van zijn handelwijze (rov. 17).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef23e708b806b2ba008f9f4454e7d50784ac2070da57eec9551b054b50d1af07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef23e708b806b2ba008f9f4454e7d50784ac2070da57eec9551b054b50d1af07, en de alinea staat in dat document op bytes 18804 tot 19933.