Citaat | Hoge Raad 23 mei 2014
Onder 3.3.6 Hoge Raad 23 mei 2014
Een alinea uit Hoge Raad 23 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1204.
Aldus ligt in het bestreden oordeel besloten dat [eiser] wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat de betalingen door Bouwbedrijf tot gevolg zouden hebben dat Bouwbedrijf andere verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade, zodat hem van het bevorderen van die betalingen persoonlijk een ernstig verwijt valt te maken. Derhalve geeft het door de klacht bestreden oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef23e708b806b2ba008f9f4454e7d50784ac2070da57eec9551b054b50d1af07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef23e708b806b2ba008f9f4454e7d50784ac2070da57eec9551b054b50d1af07, en de alinea staat in dat document op bytes 19945 tot 20504.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef23e708b806b2ba008f9f4454e7d50784ac2070da57eec9551b054b50d1af07 | shasum -a 256