Citaat | Hoge Raad 23 mei 2014
Onder 3.4.4 Hoge Raad 23 mei 2014
Een alinea uit Hoge Raad 23 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1204.
Indien de huurvordering zou bestaan, zou de vordering nog niet tot een betaling van [B] aan [A] leiden. [B] heeft in de maanden januari en februari 2004 per bank betalingen verricht aan [A] ten belope van €190.660,-. Deze betalingen zijn paulianeus verricht en door mij reeds op 24 december 2004 vernietigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef23e708b806b2ba008f9f4454e7d50784ac2070da57eec9551b054b50d1af07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef23e708b806b2ba008f9f4454e7d50784ac2070da57eec9551b054b50d1af07, en de alinea staat in dat document op bytes 22956 tot 23278.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef23e708b806b2ba008f9f4454e7d50784ac2070da57eec9551b054b50d1af07 | shasum -a 256