Citaat | Hoge Raad 23 mei 2014
Onder 3.2.3 Hoge Raad 23 mei 2014
Een alinea uit Hoge Raad 23 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1212.
De kosten voortvloeiend uit de procedures in bezwaar, beroep en hoger beroep zijn niet toewijsbaar. Bij het bestaan van een op de wet gebaseerde forfaitaire regeling van de proceskosten bestaat in het algemeen geen grond om de in een procedure in het ongelijk gestelde partij op grond van onrechtmatige daad te veroordelen tot vergoeding van schade die de wederpartij als gevolg van het voeren van de procedure heeft geleden (HR 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ3810, NJ 2005/361). Voor de kosten in de bezwaarfase is voorzien in een wettelijke regeling (art. 7:15 Awb). De gemeente heeft desgevraagd geweigerd die kosten te vergoeden en [eiser] is daartegen niet opgekomen, zodat sprake is van formele rechtskracht. Verder zijn aan [eiser] vergoedingen voor proceskosten toegekend door bestuursrechters. De regeling van de proceskosten is bedoeld als een uitputtende regeling, hetgeen meebrengt dat deze kosten niet via de weg van de onrechtmatige daad alsnog bij de adviseur van het bestuursorgaan in rekening kunnen worden gebracht. Het mag niet uitmaken of die adviseur onder de gemeente ressorteert, of onder een andere bestuurslaag. Daarnaast is er onvoldoende causaal verband tussen het handelen van de adviseur en de kosten waarvan vergoeding wordt gevorderd. (rov. 8)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bbec47f8aab39f46dead118d679d0958725463fb78a98e267f246d1b41fd859. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bbec47f8aab39f46dead118d679d0958725463fb78a98e267f246d1b41fd859, en de alinea staat in dat document op bytes 14492 tot 15785.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bbec47f8aab39f46dead118d679d0958725463fb78a98e267f246d1b41fd859 | shasum -a 256