Citaat | Hoge Raad 27 mei 2014
Onder 2.2.1. Hoge Raad 27 mei 2014
Een alinea uit Hoge Raad 27 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1233.
heeft voorhanden gehad, welke voorwerpen en stoffen, al dan niet in combinatie met elkaar, bestemd waren tot het in vereniging, begaan van die misdrijven (gelet op: de contacten middels e-mail en mobiele telefoon en sms tussen een persoon die zich Richard noemde en verdachte en de ontmoeting tussen verdachte en voornoemde persoon die zich Richard noemde op 20 december 2011 tijdens welke contacten/ontmoeting werd gesproken over het laten plaatsvinden van seksueel contact met een minderjarige en waarbij verdachte suggereerde dat hij de minderjarige zou willen neuken en anaal zou willen penetreren en zou willen vastbinden en (hierbij) zou willen filmen)."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d79bd839f696fef786aed67b2b59405c514290572217083e5cfb4b2f5b5c036d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d79bd839f696fef786aed67b2b59405c514290572217083e5cfb4b2f5b5c036d, en de alinea staat in dat document op bytes 8589 tot 9262.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d79bd839f696fef786aed67b2b59405c514290572217083e5cfb4b2f5b5c036d | shasum -a 256