Citaat | Hoge Raad 27 mei 2014
Onder 2.2.2. Hoge Raad 27 mei 2014
Een alinea uit Hoge Raad 27 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1233.
Het bewijs dat de voorbereiding tevens betrekking had op het seksueel binnendringen tegen de wil door (bedreiging met) een feitelijkheid kan volgen uit de verklaringen van aangever Stegeman en uit de mailwisseling tussen verdachte en "Richard". Hieruit blijkt dat het gaat om een ontmoeting tussen drie volwassen mannen en een 10-jarig meisje met als doel met dit meisje tegen betaling seks te hebben. Verdachte heeft onder meer het volgende gemaild: 'Mijn mening over het niet vertellen aan Katarina (hof: de moeder van Laura) of niet, om maar eens in detail te gaan: weet ze bv dat we eventueel willen neuken? (...) Ikzelf zou het heel graag willen natuurlijk. Er zijn zoveel zaken waarvan ik niet denk dat Katharina bezwaar zou tegen hebben (anders kan je niets meer doen) en ook als Laura het onwennig is of niet leuk vindt: dat Laura ons moet pijpen, zich laten uitlikken, strelen, kussen, sperma in de mond of op snoetje enz. (....) Een kind ondergaat alles (....) mss vindt ze het niet leuk vastgebonden te worden, maar wel "draaglijk" en spannend als het als een spelletje overkomt.'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d79bd839f696fef786aed67b2b59405c514290572217083e5cfb4b2f5b5c036d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d79bd839f696fef786aed67b2b59405c514290572217083e5cfb4b2f5b5c036d, en de alinea staat in dat document op bytes 12434 tot 13538.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d79bd839f696fef786aed67b2b59405c514290572217083e5cfb4b2f5b5c036d | shasum -a 256