Citaat | Hoge Raad 21 januari 2014

Onder 2.2.3. Hoge Raad 21 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:127.

Van de verdachte mag daarom worden verwacht dat hij de door hem gestelde legale herkomst van een gedeelte van het geld met aannemelijke verklaringen onderbouwt. Anders dan de raadsman stelt is de verdachte daarin niet geslaagd. Het hof acht de door de verdachte gegeven verklaringen omtrent de herkomst van het geld niet geloofwaardig en overweegt daartoe als volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef27167d39bff29aeee0c05cdbb9593409eb369d05e101e162018834a3a0c55e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef27167d39bff29aeee0c05cdbb9593409eb369d05e101e162018834a3a0c55e, en de alinea staat in dat document op bytes 12077 tot 12456.