Citaat | Hoge Raad 21 januari 2014
Onder 2.2.4. Hoge Raad 21 januari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:127.
Het hof acht deze lezing van de gebeurtenissen niet aannemelijk op grond van de verklaringen die [medeverdachte] en [betrokkene] op 12 november 2009 tegenover de politie hebben afgelegd (respectievelijk dossierpagina's 49 tot en met 50 en dossierpagina's 51 tot en met 52). Door [medeverdachte] is toen verklaard dat hij de verdachte pas bij diens huis zag, op de plek van de aanhouding. Toen [medeverdachte] naar de verdachte toeliep, zag hij dat deze een tas in zijn hand had. [medeverdachte] ontkende in de desbetreffende verklaring dat de verdachte de tas samen met hem gevonden had en dat hij aan de verdachte een lift had gegeven. Deze verklaring van [medeverdachte] wordt ondersteund door de verklaring van de getuige [betrokkene], die de verdachte niet noemt als één van de personen die met [betrokkene] en [medeverdachte] vóór de aanhouding in één auto hebben gezeten."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef27167d39bff29aeee0c05cdbb9593409eb369d05e101e162018834a3a0c55e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef27167d39bff29aeee0c05cdbb9593409eb369d05e101e162018834a3a0c55e, en de alinea staat in dat document op bytes 16270 tot 17167.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef27167d39bff29aeee0c05cdbb9593409eb369d05e101e162018834a3a0c55e | shasum -a 256