Citaat | Hoge Raad 3 juni 2014
Onder 2.2. Hoge Raad 3 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1277.
Tot 1 juni 2008 reed ik regelmatig als koerier voor het koeriersbedrijf R&D transport te Hardinxveld-Giessendam. Op 2 april 2008 werd ik gebeld door [betrokkene 10]. Hij vroeg mij of ik vier dozen bij een computerbedrijf in Streefkerk wilde ophalen en of ik deze naar Amsterdam wilde brengen. Ter hoogte van het afleveradres stond een man op mij te wachten. Het was een man van buitenlandse komaf. Ik denk dat het een Marokkaan was. Hij had een tenger postuur en was zeker niet ouder dan 35 jaar. Uiteindelijk tekende hij voor ontvangst en schreef op mijn verzoek duidelijk zijn naam: [betrokkene 12] op de afleverbon die ik op mijn beurt weer afgegeven heb aan R&D transport.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2ccc99104e5ab0a9ea74103bdfc0c23efb655786509312d4b417d6ff8d457ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2ccc99104e5ab0a9ea74103bdfc0c23efb655786509312d4b417d6ff8d457ae, en de alinea staat in dat document op bytes 17414 tot 18111.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2ccc99104e5ab0a9ea74103bdfc0c23efb655786509312d4b417d6ff8d457ae | shasum -a 256