Citaat | Hoge Raad 3 juni 2014
Onder 2.2. Hoge Raad 3 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1277.
Momenteel ben ik telefonisch bereikbaar via het mobiele nummer 06-[0010]. Ik heb op 21 januari 2008. gebruik makend van de computer, vanuit de woning van mijn ouders een e-mail verstuurd naar een koeriersbedrijf in Den Haag. Voordat ik deze e-mail verstuurde werd ik gebeld door mijn achterneef [verdachte]. [verdachte] heeft mij de tekst opgegeven die ik in die e-mail moest vermelden. [verdachte] heeft mij het e-mailadres verteld waar ik die e-mail naar toe moest zenden. Nadat ik de e-mail had gemaakt en verzonden heeft [verdachte] mij opgebeld en gevraagd of ik de e-mail had verzonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2ccc99104e5ab0a9ea74103bdfc0c23efb655786509312d4b417d6ff8d457ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2ccc99104e5ab0a9ea74103bdfc0c23efb655786509312d4b417d6ff8d457ae, en de alinea staat in dat document op bytes 33362 tot 33967.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2ccc99104e5ab0a9ea74103bdfc0c23efb655786509312d4b417d6ff8d457ae | shasum -a 256