Citaat | Hoge Raad 3 juni 2014
Onder 3.2.2. Hoge Raad 3 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1277.
In het licht van de wetsgeschiedenis, die is weergegeven in HR 26 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX5776, NJ 2006/542, moet art. 359, derde lid, Sv aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van de aan het slot van die bepaling genoemde gevallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2ccc99104e5ab0a9ea74103bdfc0c23efb655786509312d4b417d6ff8d457ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2ccc99104e5ab0a9ea74103bdfc0c23efb655786509312d4b417d6ff8d457ae, en de alinea staat in dat document op bytes 37978 tot 38386.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2ccc99104e5ab0a9ea74103bdfc0c23efb655786509312d4b417d6ff8d457ae | shasum -a 256