Citaat | Hoge Raad 3 juni 2014

Onder 3.5 Hoge Raad 3 juni 2014

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1277.

Wat betreft feit 2 heeft het Hof geoordeeld dat gedurende de in de tenlastelegging vermelde periode sprake was van een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven. Het Hof heeft dat oordeel doen steunen op "de gedingstukken en het verhandelde ter terechtzitting". Aldus heeft het Hof miskend dat indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, de rechter die zich aldus - al dan niet in reactie op een bewijsverweer - beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging (a) die feiten of omstandigheden dient aan te duiden, en (b) het wettige bewijsmiddel dient aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend (vgl. HR 24 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7985, NJ 2004/165). Ook in zoverre slaagt het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2ccc99104e5ab0a9ea74103bdfc0c23efb655786509312d4b417d6ff8d457ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2ccc99104e5ab0a9ea74103bdfc0c23efb655786509312d4b417d6ff8d457ae, en de alinea staat in dat document op bytes 40483 tot 41369.