Citaat | Hoge Raad 3 juni 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 3 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1304.
De situatie in het arrest van het Hof Den Bosch betrof een vluchteling die nooit de intentie had gehad zich in Duitsland te vestigen en die daar tien dagen had verbleven nadat hij door zijn reisagent kennelijk aan zijn lot was overgelaten. De verdachte daarentegen, heeft bij zijn verhoor voor inverzekeringstelling verklaard dat hij anderhalf à twee maanden in Duitsland verbleef. Tegenover de Koninklijke Marechaussee heeft de verdachte verklaard dat hij denkt ongeveer een maand in Duitsland te hebben verbleven bij een vriend en dat hij eigenlijk in Duitsland wel asiel wilde aanvragen, maar dat toen de optie kwam om naar Canada te gaan. Ter terechtzitting in hoger beroep verklaart verdachte twee weken à een maand in Duitsland te hebben verbleven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8d27dfe2995b5717201cb1d8679a85dce6aa999c679d65a89f164e4c18ca58f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8d27dfe2995b5717201cb1d8679a85dce6aa999c679d65a89f164e4c18ca58f, en de alinea staat in dat document op bytes 8711 tot 9480.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8d27dfe2995b5717201cb1d8679a85dce6aa999c679d65a89f164e4c18ca58f | shasum -a 256