Citaat | Hoge Raad 3 juni 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 3 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1304.
Gezien de omstandigheid dat de verdachte in Duitsland de gelegenheid heeft gehad om asiel aan te vragen, en dit blijkens zijn verklaring ook daadwerkelijk heeft overwogen, kan zijn keuze om hiervan af te zien en met het paspoort dat niet op zijn naam was gesteld door te reizen hem strafrechtelijk worden tegengeworpen. De verdachte heeft wisselende verklaringen afgelegd omtrent zijn reisplan en de bestemming en hij heeft niets verifieerbaars ter onderbouwing van zijn verklaring naar voren gebracht. De verdachte komt derhalve geen beroep toe op artikel 31 van het Vluchtelingenverdrag. De advocaat-generaal is derhalve ontvankelijk in de vervolging van de verdachte."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8d27dfe2995b5717201cb1d8679a85dce6aa999c679d65a89f164e4c18ca58f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8d27dfe2995b5717201cb1d8679a85dce6aa999c679d65a89f164e4c18ca58f, en de alinea staat in dat document op bytes 9490 tot 10174.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8d27dfe2995b5717201cb1d8679a85dce6aa999c679d65a89f164e4c18ca58f | shasum -a 256