Citaat | Hoge Raad 3 juni 2014
Onder 2.4. Hoge Raad 3 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1304.
Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat, zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9266, NJ 2013/331 heeft beslist, uit de strekking van art. 31 Vluchtelingenverdrag voortvloeit dat het openbaar ministerie in de op art. 231 Sr gebaseerde vervolging van een verdachte die vreemdeling is en zich tegen de beschuldiging verweert met een beroep op de bescherming die deze verdragsbepaling beoogt te bieden, slechts dan ontvankelijk is indien onverwijld en zonder nader onderzoek door de strafrechter kan worden vastgesteld dat de stelling van de vreemdeling dat hij een vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag ongegrond is. In dat arrest is overwogen dat de beslissing op een asielaanvraag, en dus ook het oordeel omtrent de aannemelijkheid van het aan de asielaanvraag ten grondslag liggende vluchtrelaas, is voorbehouden aan de Minister en - na ingesteld beroep - aan de bestuursrechter en dat, mede met het oog op het voorkomen van tegenstrijdige uitspraken van de strafrechter en de bestuursrechter, de strafrechter zich in beginsel van een zelfstandig oordeel over het beroep van de vreemdeling op zijn vluchtelingenstatus moet onthouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8d27dfe2995b5717201cb1d8679a85dce6aa999c679d65a89f164e4c18ca58f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8d27dfe2995b5717201cb1d8679a85dce6aa999c679d65a89f164e4c18ca58f, en de alinea staat in dat document op bytes 10295 tot 11517.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8d27dfe2995b5717201cb1d8679a85dce6aa999c679d65a89f164e4c18ca58f | shasum -a 256