Citaat | Hoge Raad 21 januari 2014

Onder 3.3. Hoge Raad 21 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:133.

Mijn roepnaam is [slachtoffer 2]. Op 9 januari 2011 was ik in het Chinese afhaalcentrum [A] van [betrokkene 3] in Zaandijk. Ik zag tweejongens binnenkomen. Beide jongens droegen een bivakmuts. De kleine jongen hield een soort keukenmes in zijn hand. Hij riep direct al: 'Dit is een overval.' De langere jongen had een taser in zijn hand, Ik hoorde geknetter en ik zag stroomvonken. Deze jongen riep: 'Geef me snel het geld.' De kleinere jongen maakte een soort stekende bewegingen met het mes in mijn richting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90fd0c1702cdc57943f5e17d6acfe89c9846048c4b4f84d4ab135c6f4adc1c8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90fd0c1702cdc57943f5e17d6acfe89c9846048c4b4f84d4ab135c6f4adc1c8e, en de alinea staat in dat document op bytes 13323 tot 13846.