Citaat | Hoge Raad 21 januari 2014
Onder 3.3. Hoge Raad 21 januari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:133.
Ik heb de overval op het Chinese restaurant gepleegd. Ik heb de overval samen met een ander persoon gepleegd. Ik had een mes bij mij. Onderweg liet mijn mededader mij een stroomstootwapen zien. Mijn mededader en ik hebben bivakmutsen opgezet. Ik droeg het mes in mijn hand toen ik het Chinese restaurant binnenkwam. Ik hoorde dat mijn mededader het stroomstootwapen aanzette. Ik trok de lade open waar het geld in zit. Ik pakte een stapeltje bankbiljetten. Ik liep met het geld in mijn hand de zaak uit nadat ik het had gepakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90fd0c1702cdc57943f5e17d6acfe89c9846048c4b4f84d4ab135c6f4adc1c8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90fd0c1702cdc57943f5e17d6acfe89c9846048c4b4f84d4ab135c6f4adc1c8e, en de alinea staat in dat document op bytes 16411 tot 16951.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/90fd0c1702cdc57943f5e17d6acfe89c9846048c4b4f84d4ab135c6f4adc1c8e | shasum -a 256