Citaat | Hoge Raad 21 januari 2014

Onder 3.6. Hoge Raad 21 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:133.

Uit de enkele omstandigheid dat mr. Zwart, de advocaat die de verdachte na zijn aanhouding voorafgaand aan zijn eerste verhoor door de politie op 25 januari 2011 heeft geraadpleegd, niet heeft medegedeeld dat hij bij het verhoor van de verdachte aanwezig wenste te zijn, kan niet volgen dat de verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van het recht zich tijdens het verhoor door de politie te laten bijstaan door een raadsman of een andere vertrouwenspersoon. Derhalve is het oordeel van het Hof dat "onder deze omstandigheden geen sprake [is] van schending van de geldende normen ten aanzien van rechtsbijstand van de verdachte" niet begrijpelijk. Het middel klaagt terecht dat het Hof de verklaring die de minderjarige verdachte op 25 januari 2011 heeft afgelegd zonder dat hij tijdens het verhoor door een raadsman of andere vertrouwenspersoon is bijgestaan, niet voor het bewijs had mogen bezigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90fd0c1702cdc57943f5e17d6acfe89c9846048c4b4f84d4ab135c6f4adc1c8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90fd0c1702cdc57943f5e17d6acfe89c9846048c4b4f84d4ab135c6f4adc1c8e, en de alinea staat in dat document op bytes 26056 tot 26975.