Citaat | Hoge Raad 6 juni 2014
Onder 2.1 Hoge Raad 6 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1331.
Voor zover verzoeker in zijn verzoekschrift onder punt 9 wil betogen dat hij onvoldoende gelegenheid heeft gehad zijn wrakingsverzoek voor te bereiden, gaat de Hoge Raad aan dat bezwaar voorbij. Verzoeker is in staat geweest het wrakingsverzoek tijdig in te dienen. Mede gelet op de tijd die is verstreken tussen de indiening van het verzoek en de behandeling ervan op de zitting, heeft verzoeker bovendien alle gelegenheid gehad voor aanvulling van het verzoekschrift. Verzoeker heeft daarvan ook gebruik gemaakt door in voormelde brief van 20 mei 2014 aan de President van de Hoge Raad nog een nadere toelichting op het wrakingsverzoek te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaabed66ba7773279d606b7245269f6af1d3ace1e59f9b91d710e8ef4342def6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaabed66ba7773279d606b7245269f6af1d3ace1e59f9b91d710e8ef4342def6, en de alinea staat in dat document op bytes 6402 tot 7063.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eaabed66ba7773279d606b7245269f6af1d3ace1e59f9b91d710e8ef4342def6 | shasum -a 256