Citaat | Hoge Raad 6 juni 2014
Onder 3.3 Hoge Raad 6 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1331.
De omstandigheid dat een raadsheer in de Hoge Raad in een aan zijn raadsheerschap voorafgaande functie betrokken was bij het overbrengen van het standpunt van de Nederlandse Staat in procedures bij (thans) het Hof van Justitie van de Europese Unie, biedt geen grond voor gerechtvaardigde twijfel aan de niet-vooringenomenheid van de betrokken raadsheer, ook als wordt aangenomen dat het hier eenzelfde kwestie als in de onderhavige procedure bij de Hoge Raad zou betreffen. Die inbreng geschiedde immers in de hoedanigheid van de toenmalige functie van de betrokken raadsheer als gemachtigde van de Nederlandse Staat. Zij gaf niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de ambtenaar zelf weer. De functie waarin de betrokken ambtenaar thans te werk is gesteld, te weten die van raadsheer in de Hoge Raad, brengt mee dat hij is geroepen als rechter de toepasselijke regelingen uit te leggen en toe te passen. Daarbij is hij in geen enkel opzicht gebonden aan eerder ingenomen standpunten in zijn hoedanigheid van gemachtigde van de Nederlandse Staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaabed66ba7773279d606b7245269f6af1d3ace1e59f9b91d710e8ef4342def6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaabed66ba7773279d606b7245269f6af1d3ace1e59f9b91d710e8ef4342def6, en de alinea staat in dat document op bytes 8373 tot 9436.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eaabed66ba7773279d606b7245269f6af1d3ace1e59f9b91d710e8ef4342def6 | shasum -a 256