Citaat | Hoge Raad 21 januari 2014

Onder 2.5. Hoge Raad 21 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:135.

Opmerking verdient dat het bestaan van een redelijk vermoeden van schuld van een in de WED strafbaar gesteld feit niet in de weg staat aan het uitoefenen van de bedoelde bevoegdheden die de dierenarts in zijn hoedanigheid van toezichthouder namens de Voedsel en Waren Autoriteit heeft, mits bij aanwending van die bevoegdheden tegenover een verdachte de aan deze als zodanig toekomende waarborgen in acht worden genomen. Het Hof heeft niet onbegrijpelijk geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat bij het gebruik van die bevoegdheid de aan de verdachte toekomende waarborgen niet in acht zijn genomen. De enkele omstandigheid dat de dierenarts, zoals namens de verdachte wordt gesteld, op verzoek van de Algemene Inspectiedienst en met instemming van de Officier van Justitie de door hem verrichtte monsternemingen heimelijk heeft verricht maakt dit niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/835aa63c24a1af7569c76fae51c4fe6fc121292d9fd343ee5a1c05e3af4d4f82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 835aa63c24a1af7569c76fae51c4fe6fc121292d9fd343ee5a1c05e3af4d4f82, en de alinea staat in dat document op bytes 14804 tot 15685.