Citaat | Hoge Raad 21 januari 2014
Onder 2.6.1. Hoge Raad 21 januari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:138.
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad dienen de justitiële autoriteiten rekening te houden met de waarschijnlijkheid dat de verdachte van dat recht gebruik wil maken, en mag met het oog daarop van de verdachte die hoger beroep instelt en prijs stelt op berechting op tegenspraak, worden verwacht dat hij de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen neemt om te voorkomen dat de appeldagvaarding hem niet bereikt of de inhoud daarvan niet te zijner kennis komt, waaronder in ieder geval kan worden gerekend dat de verdachte zich bereikbaar houdt voor zijn raadsman opdat hij in voorkomende gevallen (ook) langs die weg van het tijdstip van de behandeling van zijn zaak op de hoogte komt. (Vgl. HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, NJ 2002/317, rov. 3.36-3.37).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e930bca761de9164e10d5a03d15450b10ab75a7ea9b361b9f36f25005d0f0e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e930bca761de9164e10d5a03d15450b10ab75a7ea9b361b9f36f25005d0f0e64, en de alinea staat in dat document op bytes 12992 tot 13790.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e930bca761de9164e10d5a03d15450b10ab75a7ea9b361b9f36f25005d0f0e64 | shasum -a 256