Citaat | Hoge Raad 21 januari 2014

Onder 2.6.2. Hoge Raad 21 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:138.

Voorts dient de rechter bij zijn beslissing op een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak een afweging te maken tussen alle daarbij betrokken belangen, waaronder het belang van de verdachte bij het kunnen uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging (vgl. HR 26 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1314, NJ 1999/294).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e930bca761de9164e10d5a03d15450b10ab75a7ea9b361b9f36f25005d0f0e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e930bca761de9164e10d5a03d15450b10ab75a7ea9b361b9f36f25005d0f0e64, en de alinea staat in dat document op bytes 13882 tot 14394.