Citaat | Hoge Raad 13 juni 2014
Onder 2.4 Hoge Raad 13 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1403.
De rolraadsheer heeft ter rolle van 28 maart 2014 als beslissing van de Hoge Raad meegedeeld dat de onderzoeker niet wordt opgeroepen. Daartoe is redengevend dat de onderzoeker zijn onderzoek verricht in opdracht en naar de aanwijzingen van de ondernemingskamer. Als een belanghebbende de ondernemingskamer vraagt aan de onderzoeker bepaalde aanwijzingen te geven, zal de ondernemingskamer alvorens te beslissen de onderzoeker in de gelegenheid kunnen stellen daarop te reageren. Als de onderzoeker hiervan gebruik maakt, brengt dat evenwel niet mee dat hij nadien, als een verzoeker of belanghebbende in cassatie komt van de beslissing van de ondernemingskamer, is te beschouwen als een partij of belanghebbende die in de vorige instantie is verschenen in de zin van art. 426b lid 1 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bec1a390162392f3bc9e86d2741ea7b9238bc2413ca7e21f426d9f83c846721. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bec1a390162392f3bc9e86d2741ea7b9238bc2413ca7e21f426d9f83c846721, en de alinea staat in dat document op bytes 8818 tot 9618.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bec1a390162392f3bc9e86d2741ea7b9238bc2413ca7e21f426d9f83c846721 | shasum -a 256