Citaat | Hoge Raad 13 juni 2014
Onder 3.5.2 Hoge Raad 13 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1403.
De door de ondernemingskamer benoemde onderzoeker heeft op de voet van art. 2:345 lid 1 BW tot taak een onderzoek in te stellen naar het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon. De onderzoeksbevoegdheden van de onderzoeker zijn in de wet summier geregeld (de art. 2:351, 2:352 en 2:352a BW). De onderzoeker is, behoudens eventuele aanwijzingen van de ondernemingskamer – en inmiddels ook: de raadsheer-commissaris (art. 2:351 lid 4 BW) –, in beginsel vrij in de inrichting van het onderzoek en het verslag. Er zijn geen wettelijke voorschriften met betrekking tot de verslaglegging van verklaringen van personen die door de onderzoeker worden gehoord.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bec1a390162392f3bc9e86d2741ea7b9238bc2413ca7e21f426d9f83c846721. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bec1a390162392f3bc9e86d2741ea7b9238bc2413ca7e21f426d9f83c846721, en de alinea staat in dat document op bytes 15486 tot 16163.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bec1a390162392f3bc9e86d2741ea7b9238bc2413ca7e21f426d9f83c846721 | shasum -a 256