Citaat | Hoge Raad 13 juni 2014

Onder 3.5.4 Hoge Raad 13 juni 2014

Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1403.

Verklaringen van door de onderzoeker gehoorde personen zijn in het algemeen van invloed op diens bevindingen in het verslag. Daarmee kunnen zij ook van invloed zijn op de oordeelsvorming van de ondernemingskamer indien een tweedefaseprocedure volgt. Tegen de achtergrond van het voorgaande mag van de onderzoeker die verklaringen van door hem gehoorde personen (schriftelijk of elektronisch) vastlegt, worden verwacht dat hij de vastlegging doet toekomen aan de gehoorde persoon en aan deze persoon gelegenheid biedt binnen een door de onderzoeker te stellen redelijke termijn daarover opmerkingen te maken. Indien de gehoorde persoon zodanige opmerkingen maakt, is het aan de onderzoeker om te bepalen of en in hoeverre hij deze in de vastlegging verwerkt. De onderzoeker dient in zijn verslag in elk geval melding te maken van het feit dat de gehoorde persoon opmerkingen over de vastlegging heeft gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bec1a390162392f3bc9e86d2741ea7b9238bc2413ca7e21f426d9f83c846721. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bec1a390162392f3bc9e86d2741ea7b9238bc2413ca7e21f426d9f83c846721, en de alinea staat in dat document op bytes 18297 tot 19225.