Citaat | Hoge Raad 21 januari 2014

Onder 2.6. Hoge Raad 21 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:144.

Blijkens voormelde pleitnota is door de raadsvrouwe van de verdachte onder meer aangevoerd dat door de verbalisanten in strijd met genoemd art. 1, eerste lid Awbi, niet voorafgaand aan het binnentreden in de woning mededeling is gedaan van het doel van dat binnentreden en dat zulks tot bewijsuitsluiting moet leiden. Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte vóór het binnentreden in de woning daartoe toestemming heeft gegeven aan de verbalisante [verbalisant 1], doch niet blijkt dat het Hof voormeld onderdeel van het verweer in zijn overwegingen heeft betrokken. Dat behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, nu het gevoerde verweer blijkens de pleitnota slechts inhoudt dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim en dat zulks tot bewijsuitsluiting moet leiden, terwijl over het belang van voormeld geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel niet meer is aangevoerd dan dat anders mogelijk snel duidelijk was geweest dat het niet [betrokkene] was die zich in de woning bevond, maar de verdachte. (Vgl. HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321, NJ 2013/308).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/205d08a306d997c856e114afa56e7316e5e018c829131ef2d358314a08fed8c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 205d08a306d997c856e114afa56e7316e5e018c829131ef2d358314a08fed8c1, en de alinea staat in dat document op bytes 15915 tot 17046.