Citaat | Hoge Raad 20 juni 2014
Onder 2.6.1. Hoge Raad 20 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1461.
Voorts heeft het Hof kennelijk aanleiding gezien de aan de beroepsfase toe te rekenen overschrijding van de redelijke termijn met nog eens drie maanden te verminderen. Het Hof heeft in dat verband meegewogen dat het voor het jaar 1999 op 8 mei 2007 uitspraak heeft gedaan (BK-04/02818), in welke procedure dezelfde geschilpunten aan de orde waren, terwijl de feitelijke omstandigheden in de jaren na 1999 niet gewijzigd zijn, en dat belanghebbende zich daarvan redelijkerwijs bewust zal zijn geweest. Volgens het Hof brengt dit mee dat de spanning en frustratie in de beroepsfase minder zijn geweest omdat reeds in hoofdzaak duidelijk was wat de uitkomst van de rechterlijke procedure zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8bdaba70f5dec9d9012080b3e8f0f99e73d0e31fb57a33bee5de35b49ea6647. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8bdaba70f5dec9d9012080b3e8f0f99e73d0e31fb57a33bee5de35b49ea6647, en de alinea staat in dat document op bytes 11849 tot 12556.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8bdaba70f5dec9d9012080b3e8f0f99e73d0e31fb57a33bee5de35b49ea6647 | shasum -a 256