Citaat | Hoge Raad 20 juni 2014
Onder 2.7. Hoge Raad 20 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1461.
Volgens het Hof heeft de hogerberoepsfase geen overschrijding van de redelijke termijn te zien gegeven. Het heeft geoordeeld dat - anders dan door belanghebbende is betoogd - de termijn tussen de beslissing in de hoofdzaak en de beslissing op het verzoek niet meetelt voor de bepaling van de redelijke termijn in hoger beroep. Daartoe heeft het Hof overwogen dat het gaat om vergoeding van immateriële schade die wordt geleden door de spanning en frustratie die een belanghebbende ondervindt in de procedure met betrekking tot het geschil over de belastingheffing dat hem en de Belastingdienst verdeeld houdt. Naar het oordeel van het Hof is met de uitspraak in de hoofdzaak aan de door belanghebbende ondervonden spanning en frustratie een einde gekomen en eindigt de in aanmerking te nemen termijn derhalve op het moment waarop die uitspraak is gedaan. Voor zover de klachten zijn gericht tegen dit oordeel falen zij, omdat dit oordeel juist is (in vergelijkbare zin CRvB 4 mei 2010, nrs. 09/3266 t/m 3273 BESLU, ECLI:NL:CRVB:2010:BM4034, AB 2010/296).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8bdaba70f5dec9d9012080b3e8f0f99e73d0e31fb57a33bee5de35b49ea6647. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8bdaba70f5dec9d9012080b3e8f0f99e73d0e31fb57a33bee5de35b49ea6647, en de alinea staat in dat document op bytes 13561 tot 14629.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8bdaba70f5dec9d9012080b3e8f0f99e73d0e31fb57a33bee5de35b49ea6647 | shasum -a 256